Woordenlijst hypotheken

Tijdens je zoektocht naar een hypotheek kom je waarschijnlijk woorden tegen die je nog niet kent. Lees op deze pagina wat deze betekenen. Zo weet je precies waar je het over hebt als je in gesprek gaat met een hypotheekadviseur. Wel zo handig.

Terug naar boven

Advieskosten

Een goed hypotheekadvies levert je een passende hypotheek op. Je hebt meestal een hypotheekadvies nodig als je een hypotheek wilt. Je kunt voor hypotheekadvies terecht bij een onafhankelijk adviseur, een bank of een andere hypotheekverstrekker. Naast advieskosten betaal je meestal ook voor het afsluiten van de hypotheek. Dat worden ook wel bemiddelingskosten genoemd. Je betaalt soms een vast bedrag voor het advies en de bemiddeling. Zoals bij SNS. Er zijn ook hypotheekadviseurs die met een uurtarief werken.

Aflossing van de hypotheek

Aflossen is het terugbetalen van geleend geld. Hierdoor wordt je hypotheek lager. Wanneer en hoeveel je aflost, spreek je af met de hypotheekaanbieder. Bijvoorbeeld elke maand € 500. Je mag ook extra aflossen. Soms betaal je daarvoor een vergoeding voor het renteverlies van de bank. In de offerte lees je precies hoeveel je extra mag aflossen zonder dat je die vergoeding hoeft te betalen.

Aflossingsvorm

Zie hypotheekvorm

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je tijdens de looptijd alleen rente. Aan het einde van de looptijd los je in 1 keer je schuld af. Bijvoorbeeld met spaargeld of door je huis te verkopen. Soms kun je de hypotheek verlengen of opnieuw een lening afsluiten.

Afsluitkosten

Als je een hypotheek bij een hypotheekverstrekker afsluit, betaal je afsluitkosten. Dat is een term die gebruikt wordt voor alle kosten die bij het afsluiten van een hypotheek om de hoek komen kijken. Denk aan advies- en bemiddelingskosten en eventueel kosten koper (overdrachtsbelasting, notariskosten en de kosten voor inschrijving in het kadaster). Je ziet op de website bij de hypotheekverstrekker welke kosten het precies zijn. De hypotheekadviseur vertelt je natuurlijk ook meer over deze kosten tijdens een hypotheekgesprek.

Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Anw is een financiële bijdrage van de overheid voor nabestaanden.

1. Ben je getrouwd of woon je samen en overlijdt je partner? Dan krijg je een nabestaandenuitkering als:
•je jonger bent dan je AOW-leeftijd;
•je partner in Nederland woonde of werkte en je zorgt voor een kind dat jonger is dan 18 jaar of je voor meer dan 45% arbeidsongeschikt bent.
2. Minderjarige kinderen die geen ouders meer hebben, krijgen een wezenuitkering.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) regelt de nabestaanden- en wezenuitkering. Meer weten? Kijk op de website van de SVB.

Algemene Ouderdomswet (AOW)

Iedereen die in Nederland woont of werkt, krijgt een basispensioen van de overheid. De leeftijd waarop je dit pensioen krijgt, wordt in stapjes verhoogd naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Je weet dan 5 jaar van tevoren wanneer je AOW krijgt. Heb je een tijd in het buitenland gewoond? Dan krijg je misschien minder AOW. Kijk op svb.nl als je meer wilt weten over de AOW.

Annuïteitenhypotheek

Bij een annuïteitenhypotheek  betaal je tijdens de looptijd rente en los je af. Aan het einde van de looptijd heb je je schuld helemaal afgelost. Je mag onder voorwaarden de rente aftrekken bij de belasting. Het bruto bedrag dat je aan rente en aflossing samen betaalt, is zolang je rente vaststaat elke maand hetzelfde. Tijdens de looptijd bestaat dit bedrag in het begin vooral uit rente en later steeds meer uit aflossing. Omdat je steeds minder rente gaat betalen, wordt je belastingvoordeel kleiner. Je netto maandlasten stijgen daardoor.

Arbeidsongeschiktheid (WIA/WGA/IVA/WAO)


Als je door een ziekte of ongeval voor langere tijd niet meer kunt werken, krijg je te maken met de WIA. Deze wet heeft 2 uitkeringen:

  1. Een uitkering voor mensen die arbeidsbeperkt zijn: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).
  2. Een uitkering voor mensen die niet meer kunnen werken: de regeling Inkomens Verzekering volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA).

Ben je voor 1 januari 2004 langdurig ziek geworden en minimaal 15% arbeidsongeschikt? Dan heb je nog te maken met de WAO.

Het UWV stelt vast wat je minder verdient door je ziekte en de mate van arbeidsongeschiktheid. Ook regelt het UWV de uitbetaling van uitkeringen. Meer weten? Kijk op de website van het UWV.

Terug naar boven

Bankgarantie

Als je een huis koopt, kan de verkoper voor de zekerheid een waarborgsom vragen. Dit is een soort aanbetaling die je als koper overboekt naar de notaris. Meestal is dat 10% van de koopsom. Als je dit bedrag niet zelf kunt of wilt betalen, heb je een bankgarantie nodig. Daarin staat dat de bank de waarborgsom voorschiet als je ’m moet betalen. Als de bank de waarborgsom moet betalen omdat je je verplichting aan de verkoper niet nakomt, dan heb je een schuld aan de bank. De bank rekent voor een bankgarantie kosten. Vaak is dat een percentage van het bedrag waarvoor de bank garant staat.

Bankspaarhypotheek

Bij een bankspaarhypotheek betaal je tijdens de looptijd elke maand rente, maar je lost nog niet af. Daarnaast leg je elke maand geld in op een geblokkeerde spaarrekening. Op die rekening spaar je het bedrag bij elkaar dat nodig is om de hypotheek aan het einde van de looptijd in 1 keer mee af te lossen. Over het gespaarde bedrag krijg je rente. Die rente is meestal gelijk aan de hypotheekrente die je betaalt.

Bereidstellingsprovisie

Voor het afsluiten van een hypotheek stelt een hypotheekverstrekker een hypotheekofferte op. In een hypotheekofferte staat ook een passeerdatum waarop je uiterlijk de leveringsakte bij de notaris moet ondertekenen. Lukt dit niet op tijd, dan kan je soms de geldigheid van je hypotheekofferte verlengen. Als dat zo is, betaal je aan de bank bereidstellingsprovisie. Hoeveel provisie je betaalt, hangt af van de voorwaarden van de hypotheekverstrekker. Check voordat je een hypotheekofferte aanvraagt of je de geldigheid van de offerte kunt verlengen en of je daar bereidstellingsprovisie voor moet betalen.

Bijleenregeling

Verkoop je je huis en houd je na het terugbetalen van de hypotheek geld over? Dan moet je rekening houden met de bijleenregeling als je een ander huis koopt en daarvoor een nieuwe hypotheek afsluit. De regeling houdt in het kort in dat als je voor het bedrag van de overwaarde een hypotheek afsluit, je hierover geen hypotheekrente aftrekken. Meer informatie vind je op belastingdienst.nl.

Bijstand

Met een bijstandsuitkering kun je een periode overbruggen totdat je weer betaald werk hebt. Je kunt een bijstandsuitkering krijgen als:

  • je in Nederland woont;
  • je 18 jaar of ouder bent;
  • je niet genoeg geld hebt om in je levensonderhoud te voorzien;
  • je geen andere uitkering krijgt;
  • je niet in de gevangenis zit;
  • je eigen vermogen niet boven een bepaald bedrag uitkomt.

Je vraagt een bijstandsuitkering aan bij het UWV. Meer weten? Kijk op uwv.nl.

Boeterente

Zie Vergoeding voor het renteverlies van de bank

Borgstelling

Als je een huis wilt kopen, dan bekijkt de hypotheekverstrekker of je de hypotheek kunt betalen op basis van je salaris. Is je salaris eigenlijk te laag om de hypotheek af te kunnen sluiten? Dan kan iemand anders onder voorwaarden borg staan voor je hypotheek. Dit kunnen bijvoorbeeld je ouders zijn. De bank heeft daardoor meer zekerheid dat de hypotheek wordt betaald.

Borgtochtprovisie

Als je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afsluit, betaal je 1 keer borgtochtprovisie. Dit zijn de kosten die je betaalt voor het afsluiten van een hypotheek met NHG.

Bouwdepot

Een bouwdepot is een geblokkeerde spaarrekening met een deel van het hypotheekbedrag dat je leent voor de verbouwing, bouw of aankoop van je woning. Uit dit ‘potje’ betaal je de rekeningen van bijvoorbeeld de aannemer. Over het bedrag dat je nog niet hebt uitgegeven en nog in je bouwdepot zit, krijg je depotrente.

Bouwkundige keuring

Als je een huis gaat kopen, is het slim een bouwkundige keuring te laten doen. Het huis wordt dan bekeken door een bouwkundige. Hij maakt een rapport met daarin een overzicht van de gebreken van het huis en schat de kosten in waarmee je op korte en langere termijn te maken krijgt als je het huis koopt. Je kunt voor de bouwkundige keuring een ontbindende voorwaarde in het koopcontract laten opnemen.

Bouwrente/Renteverlies

Als je een nieuwbouwhuis koopt, krijg je te maken met bouwrente. Wanneer de bouw begint, betaal je de aannemer of projectontwikkelaar in afgesproken termijnen. Je betaalt met geld uit je bouwdepot. Over het geld op je bouwdepot krijg je rente.

De aannemer maakt vaak al kosten voordat de hypotheekakte ondertekend is. Je betaalt de aannemer een vergoeding voor het voorschieten van deze kosten. Dat noemen we bouwrente. Je kunt deze bouwrente onder voorwaarden meenemen in je hypotheek. De bouwrente die je aan de aannemer betaalt voor gemaakte kosten na het ondertekenen van de hypotheekovereenkomst kun je niet meenemen in je hypotheek.

Tijdens de bouw betaal je ook rente aan de hypotheekaanbieder over het bedrag dat je leent. Deze rente noemen we renteverlies. Je kunt deze rente onder voorwaarden aftrekken. Daarvoor trek je de rente die je krijgt op je bouwdepot af van het renteverlies.

BKR-registratie

Zie Bureau Krediet Registratie (BKR)

Box 1 en box 3

Bij je belastingaangifte valt je hypotheek in box 1 en/of box 3.

  1. Hypotheek in box 1 De rente die je betaalt voor een lening kun je onder voorwaarden aftrekken van je inkomen. Een van de voorwaarden is bijvoorbeeld dat je de lening gebruikt voor aankoop, onderhoud of verbetering van je huis. Een andere voorwaarde is dat je je huis gebruikt als hoofdverblijf, dus niet als vakantiehuis. Belast wordt het zogenoemde eigenwoningforfait. Dat is een percentage van de WOZ-waarde dat je moet optellen bij je inkomen in box 1. In box 1 geldt: hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je betaalt.
  2. Hypotheek in box 3 Als een deel van je hypotheek niet voldoet aan alle voorwaarden of als je een deel gebruikt voor andere uitgaven, moet je dat deel in box 3 zetten. Bijvoorbeeld voor de inrichting van je huis of een 2e huis.

Bureau Krediet Registratie (BKR)

Bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) worden alle schulden van consumenten vastgelegd. Sluit je een lening af, kun je rood staan op je betaalrekening of heb je een creditcard? Dan wordt dat geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR. Als je een hypotheek wilt, bekijkt je bank of adviseur bij het BKR welke schulden je hebt. Je kunt zelf ook je gegevens opvragen bij het BKR.

Terug naar boven

Courtage

Courtage zijn de kosten die je aan de makelaar betaalt. Je kunt een makelaar inschakelen als je een nieuw huis wilt kopen of als je je huis wilt verkopen. De courtage spreek je af met de makelaar en is vaak 1 tot 2% van de aankoop- of verkoopprijs van je huis. Er zijn ook makelaars die een vast bedrag aan courtage rekenen.

Dividend

Aan het einde van een jaar kan een onderneming de winst uitkeren aan de aandeelhouders. Die uitkering heet dividend. De uitkering kan in de vorm van stockdividend worden betaald: aandeelhouders krijgen de winst in de vorm van meer aandelen betaald. Of in de vorm van contant dividend: aandeelhouders krijgen de winst in geld uitbetaald.

Terug naar boven

Eigen woning

Je kunt onder voorwaarden de hypotheekrente aftrekken van je inkomen. Een van de voorwaarden is dat je de hypotheek gebruikt voor het huis. Dat betekent dat je zowel eigenaar als bewoner bent en dat je huis je hoofdverblijf is. Een vakantiehuis telt dus niet. Er zijn een paar uitzonderingen op die voorwaarden: bij verhuizing, echtscheiding en tijdelijke verhuur. Kijk daarvoor op belastingdienst.nl.

Eigenwoningforfait

Als je een koophuis hebt die je gebruikt om in te wonen, moet je een bedrag bij je inkomen optellen als je belastingaangifte doet. Dit heet het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde dat je moet optellen bij je inkomen in box 1 op de belastingaangifte. Heb je je hypotheek (bijna) helemaal afgelost? Dan kan je eigenwoningforfait hoger zijn dan de aftrekbare kosten, zoals de hypotheekrente. In dat geval betaal je geen eigenwoningforfait.

Eigenwoningreserve

De eigenwoningreserve is het bedrag dat ontstaat uit de over- of onderwaarde als je je een eigen woning verkoopt. Is je eigenwoningreserve positief en koop je een nieuw huis waarvoor je een hypotheek afsluit? Dan mag je de hypotheekrente aftrekken over een hypotheek die niet hoger is dan de aankoopprijs van je nieuwe huis min de eigenwoningreserve. Is het bedrag 0 of heb je een restschuld? Dan mag je de hypotheekrente gewoon aftrekken over de hele hypotheek die je nodig hebt voor de aankoop van je nieuwe huis.

Eigenwoningschuld

Je eigenwoningschuld is het deel van je hypotheek dat je hebt afgesloten voor het kopen, verbeteren of onderhouden van je huis. Over dit deel mag je in je belastingaangifte de hypotheekrente onder voorwaarden aftrekken. Het deel dat je voor andere uitgaven hebt gebruikt (zoals de inrichting van je huis) hoort niet bij je eigenwoningschuld. Om de hypotheekrente af te mogen trekken, moet je sinds 2013 een nieuwe hypotheek helemaal aflossen in maximaal 30 jaar. Dat kan met een annuïtaire en een lineaire hypotheek.

Energiebesparende maatregelen

Je kunt verschillende energiebesparende maatregelen nemen om te zorgen dat je huis energiezuiniger wordt. Dat wordt ook verduurzamen genoemd. Dat kan bijvoorbeeld met:

  • spouwmuurisolatie
  • vloerisolatie van minimaal 10 centimeter dik
  • HR-glas in huiskamer en slaapkamers
  • HR++ verwarmingsketel
  • zonneboiler en/of zonnepanelen

Ga je het huis dat je koopt energiezuiniger maken? Dan kun je daarvoor misschien een hogere hypotheek krijgen., tot 106% van de waarde van je huis na de aanpassingen.

Energielabel

Het energielabel laat zien hoe energiezuinig een huis is. Koop je een huis? Dan is het goed om te weten hoe energiezuinig het is. Verkoop je je huis? Dat moet je huis een energielabel hebben. Het energielabel loopt van A tot en met G, waarbij G het minst zuinig is en A het zuinigst. Voor ieder huis dat verkocht of verhuurd wordt, is een definitief energielabel verplicht. Als je nog geen energielabel hebt, kun je dat aanvragen op energielabelvoorwoningen.nl.

Erfbelasting

Je betaalt erfbelasting als je een erfenis krijgt. Hoeveel erfbelasting je betaalt, hangt af van je relatie met de overledene. Krijg je bijvoorbeeld een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering? Dan kan het zijn dat erfgenamen hierover erfbelasting moeten betalen. Ben je getrouwd op huwelijkse voorwaarden, heb je een geregistreerd partnerschap met voorwaarden of een samenlevingscontract en overlijdt je partner? Dan kun je voorkomen dat je over de uitkering van een overlijdensriscoverzekering belasting moet betalen door de premie te splitsen. Een SNS Adviseur geeft geen advies over erfbelasting. Een notaris kan je er meer over vertellen en je adviseren.

Erfpacht

Als je een huis koopt met erfpacht is de grond niet van jou. Je krijgt de grond in bruikleen van de eigenaar van de grond. Daarvoor betaal je een vergoeding: de canon. Deze vergoeding kan veranderen als je erfpacht wordt verlengd. Of als de canon tussentijds opnieuw wordt vastgesteld.

Executiewaarde

De executiewaarde is de geschatte waarde van een huis als het gedwongen verkocht moet worden. Een taxateur stelt de executiewaarde vast.

Terug naar boven

Fiscaal partnerschap

Je hebt een fiscale partner in deze gevallen:

1.    Je bent getrouwd.

2.    Je hebt een notarieel samenlevingscontract en je staat samen ingeschreven op hetzelfde adres.

Voor de inkomstenbelasting heb je bovendien een fiscale partner als je samenwoont en als:

  • je samen een kind hebt.
  • 1 van jullie een kind van de ander hebt erkend.
  • je bij een pensioenfonds bent aangemeld als partners.
  • je samen eigenaar bent van een eigen woning.
  • je allebei meerderjarig bent en een minderjarig kind van 1 van jullie woont op hetzelfde adres als jullie.
  • jij en je partner in het vorige jaar al fiscale partners waren.

Er kan op enig moment maar 1 persoon je fiscale partner zijn. In een jaar kun je wel meerdere fiscale partners hebben.

Hogere inschrijving

Een hogere inschrijving betekent dat je je hypotheek bij het Kadaster voor een hoger bedrag inschrijft dan het bedrag van de opgenomen hypotheek. Het verschil (of een deel daarvan) tussen de hypotheek en de inschrijving kun je dan later als hypotheek opnemen. De bank toetst nog wel of je aan de normen voldoet en je de extra lasten kunt betalen. Het voordeel van een hogere inschrijving is dat je niet opnieuw langs de notaris hoeft en dus geen extra notariskosten hebt.

Hypotheekakte

Een hypotheekakte is een contract tussen jou en de hypotheekverstrekker. De bank bijvoorbeeld. Een notaris stelt de hypotheekakte op. Om je hypotheek af te sluiten moeten jij en de bank de akte ondertekenen bij de notaris. Dat heet passeren. In de akte staat dat jij je huis als onderpand geeft aan de bank. In ruil daarvoor krijg je van de bank een hypotheek. In de akte staat ook andere informatie, zoals de hoogte van je hypotheek en het soort hypotheek.

Hypotheekrenteaftrek

De rente die je betaalt voor de hypotheek mag je onder voorwaarden aftrekken van je inkomen bij je belastingaangifte. Je belastbaar inkomen is dan lager en daardoor betaal je minder inkomstenbelasting.

Hypotheekvorm

Een hypotheek is een lening die je later aflost. Je huis is bij een hypotheek altijd het onderpand. Hoe je de hypotheek aflost, hangt af van de hypotheekvorm. Bij SNS kun je kiezen uit een annuïteitenhypotheek, een lineaire hypotheek en een aflossingsvrije hypotheek. Een combinatie tussen die vormen kan ook. Een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek los je af tijdens de looptijd. Een aflossingsvrije hypotheek los je in 1 keer af aan het eind van de looptijd. De rente voor aflossingsvrije hypotheken die je na 1 januari 2013 hebt afgesloten, is niet meer aftrekbaar.

Terug naar boven

IOAW/IOW/IOAZ

Ben je al wat ouder en heb je geen werk? Dan zijn er de volgende uitkeringen:

  1. Ben je ouder dan 50? Dan kun je met de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW) een aanvullende uitkering krijgen.
  2. Ben je 60 jaar of ouder? Dan kun je een Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) krijgen.
  3. Ben je een zelfstandige van 55 jaar of ouder en moet je je bedrijf verkopen of stoppen? Dan kan de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) helpen.

Je vindt meer informatie over deze uitkeringen op de website van de Rijksoverheid.

Jaar- en reserveringsruimte

Jaarruimte is het bedrag aan premie of inleg op een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening dat je kunt aftrekken bij je aangifte inkomstenbelasting omdat je in een jaar te weinig pensioen hebt opgebouwd. Welk bedrag je kunt aftrekken, hangt onder andere af van je inkomen en pensioenopbouw in dat jaar. Reserveringsruimte is de som van de jaarruimtes die je in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt. Op belastingdienst.nl kun je berekenen wat je jaar- en reserveringsruimte zijn.

Koopovereenkomst

Als een koper en verkoper het eens zijn over de prijs van een huis, ondertekenen zij de koopovereenkomst. In deze overeenkomst staat niet alleen de prijs van het huis, maar ook de ontbindende voorwaarden. In die voorwaarden staat wat er nog geregeld moet worden om het huis te kopen of wat er gebeurt als de koop niet doorgaat.

Kosten koper (k.k.)

Kosten koper wil zeggen dat de koper van het huis bepaalde kosten van de verkoop moet betalen. Dat is bijna altijd zo bij de verkoop van een bestaand huis. Meestal gaat het om de volgende kosten: de overdrachtsbelasting, de notariskosten voor de overdracht en de kosten voor inschrijving in het kadaster. De kosten koper zijn ongeveer 5 tot 6% van de koopprijs.

Terug naar boven

Levensloop

De levensloopregeling gold van 1 januari 2006 tot 1 januari 2012. Met deze regeling kon je sparen voor een inkomen tijdens een ouderschaps- of zorgverlof. De werkgever hield het spaarbedrag in van het bruto inkomen. Sinds 1 januari 2013 ben je vrij om je levensloop te besteden. Was het bedrag van je levensloop op 31 december 2011 meer dan € 3.000? Dan kun je de levensloopregeling aanhouden tot 31 december 2021.

Leveringsakte/eigendomsakte/hypotheekakte

In een koopovereenkomst staan de afspraken tussen een koper en verkoper van een huis. Zoals de prijs, informatie over het huis en de ontbindende voorwaarden. Een makelaar kan helpen met het opstellen van een koopovereenkomst. Bij de notaris wordt het eigendom van het huis overgedragen van de verkoper naar de koper. De notaris maakt daarvoor een akte van levering. Die akte is daarna het eigendomsbewijs. De afspraken tussen een hypotheekaanbieder en een koper liggen vast in een hypotheekakte. In deze akte staat dat je je huis in onderpand geeft voor de lening. In ruil daarvoor krijg je een hypotheek. In de akte staat ook andere informatie, zoals het bedrag van de hypotheek en het soort hypotheek.

Lijfrente

Met een lijfrente kun je sparen op een geblokkeerde spaarrekening om je pensioeninkomen aan te vullen. Het bedrag dat je spaart, kun je onder voorwaarden aftrekken van je inkomen (zie ook jaar- en reserveringsruimte). Uiterlijk in het 5e jaar na je AOW-leeftijd, moet je het gespaarde geld laten uitbetalen. Over die uitkeringen betaal je dan belasting.

Lineaire hypotheek

Bij een lineaire hypotheek betaal je tijdens de looptijd rente en los je af. Aan het einde van de looptijd heb je je schuld helemaal afgelost. Je mag onder voorwaarden de rente aftrekken bij de belasting. Je maandlasten dalen tijdens je rentevaste periode. Je lost tijdens de looptijd elke maand hetzelfde bedrag af. Omdat je schuld kleiner wordt, ga je steeds minder rente betalen. Je belastingvoordeel wordt daardoor kleiner.

Loondoorbetaling bij langdurige ziekte (WULBZ)

Als je in loondienst bent en je wordt ziek, krijg je nog 2 jaar betaald. Je werkgever betaalt maximaal 170% van je inkomen. Veel werkgevers betalen in het 1e jaar het hele salaris en in het 2e jaar 70%.

Terug naar boven

Marktwaarde

De marktwaarde is een schatting van de verkoopprijs van je huis als je die zou verkopen. Een taxateur bepaalt de marktwaarde aan de hand van het type huis, de grootte, de buurt waar het staat en hoe het huis is onderhouden. Je vindt deze waarde in het taxatierapport van je huis.

Terug naar boven

Nationale Hypotheek Garantie (NHG)


Heb je maximaal € 290.000 hypotheek nodig om je nieuwe huis te kopen? Dan kun je onder voorwaarden een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) afsluiten. Maak je je huis duurzamer? Dan kan je tot € 307.400 een hypotheek met NHG afsluiten. Je betaalt dan vaak een lagere rente en de NHG geeft je extra zekerheid. Kun je de hypotheek even niet betalen? Dan kijkt de NHG samen met de bank of je in het huis kunt blijven wonen. Moet je het huis met verlies verkopen? Dan wordt je restschuld soms kwijtgescholden. Kijk voor de voorwaarden op www.nhg.nl.

Notaris

Als je een huis koopt, heb je een notaris nodig. De notaris stelt de officiële documenten op om het huis te kopen en een hypotheek af te sluiten. De belangrijkste zijn de leveringsakte en de hypotheekakte. In de leveringsakte staat dat de koper de nieuwe eigenaar van het huis wordt. Andere woorden voor de leveringsakte zijn transportakte of overdrachtsakte. Je betaalt de notaris voor het opstellen van deze documenten.

Terug naar boven

Offerterente/dagrente/dalrente

In een hypotheekofferte kun je verschillende rentes tegenkomen: de offerterente, de dagrente of de dalrente. De offerterente is de rente die in de hypotheekofferte staat. Deze rente betaal je tijdens de rentevaste periode van je hypotheek die je hebt afgesproken. Ook al is de rente gedaald of gestegen op het moment dat je de hypotheekakte ondertekent. Bij dagrente betaal je de rente die geldt op de dag dat je de hypotheekakte ondertekent. Is de rente die dag lager dan de rente in de offerte? Dan ga je de lagere rente betalen. Het kan ook zijn dat tussen de ondertekening van de offerte en de ondertekening van de hypotheekakte, de rente nóg lager is geweest. Deze laagste rente is de dalrente.

In een offerte voor een vermogensproduct staat ook een ‘offerterente’. Deze rente is gegarandeerd tot een bepaalde datum. Is de rente voor die datum gestegen? Dan krijg je de hogere rente. Als je het geld pas na die datum stort, dan krijg je de rente die geldt op de dag dat de bank het geld binnen heeft.

Onderpand

Als je een hypotheek afsluit, geef je je huis meestal als onderpand aan de bank. De bank heeft dan meer zekerheid dat hij zijn geld terugkrijgt. Kom je bijvoorbeeld in financiële problemen en kun je de kosten voor de hypotheek niet meer betalen? Dan wordt je huis verkocht en gaat de opbrengst naar de bank om onder andere de hypotheek mee af te lossen.

Ontbindende voorwaarden

Als je een koopcontract hebt getekend, kun je daar niet zomaar onderuit. Maar je kunt wel ontbindende voorwaarden laten opnemen in het koopcontract. Daarin staat in welke situaties je toch zonder kosten van de koop kunt afzien. Bijvoorbeeld dat de koop niet door hoeft te gaan als je de hypotheek niet rond krijgt voor een afgesproken datum.

Opnamekosten (ook wel retourrente genoemd)

Bij een deposito zet je je spaargeld voor een tijd vast. Als je je geld eerder wilt opnemen, betaal je kosten. Die kosten noemen we opnamekosten of retourrente.

Overbruggingshypotheek

Een overbruggingshypotheek is een tijdelijke lening die net zo hoog is als het verwachte bedrag dat vrijkomt uit de verkoop van je huis. Op die manier kun je al bij de overwaarde van je huis voordat je je huis hebt verkocht. De overbruggingshypotheek gebruik je, vaak samen met een nieuwe hypotheek, om een ander huis te kopen. Je lost de overbruggingshypotheek af met de overwaarde van het huis dat je verkoopt.

Overbruggingskrediet

Een overbruggingskrediet is een tijdelijke lening die net zo hoog is als het verwachte bedrag dat vrijkomt uit de verkoop van je huis. Op die manier kun je al beschikken over de overwaarde van je huis vóórdat je je huis hebt verkocht. Het overbruggingskrediet gebruik je, vaak samen met een nieuwe hypotheek, om een andere woning te kopen. Je lost het krediet af met de overwaarde van het huis dat je verkoopt.

Overdrachtsbelasting of btw

Overdrachtsbelasting is de belasting die je moet betalen als je een huis koopt of als je een recht van erfpacht of opstal krijgt. Bij nieuwbouwwoningen of een bouwkavel betaal je geen overdrachtsbelasting, maar btw.

Overgangsrecht

De rente die je betaalt bij een aflossingsvrije hypotheek die je ná 2013 hebt afgesloten, mag je niet meer aftrekken bij de belasting. In sommige gevallen kun je gebruikmaken van het overgangsrecht. Door het overgangsrecht gelden de oude regels voor je aflossingsvrije hypotheek tot uiterlijk 2044 als je de hypotheek al had op 31 december 2012.

Oversluiten

Als je je hypotheek oversluit, ga je met je hypotheek naar een andere hypotheekverstrekker. Bijvoorbeeld voor een lagere rente. Of omdat je liever een andere hypotheekvorm kiest, waarmee je bijvoorbeeld betere voorwaarden krijgt of meer aflost. Wil je oversluiten vóórdat je rentevaste periode afloopt? Dan betaal je meestal een vergoeding voor het renteverlies van de bank.

Overwaarde

Je hebt overwaarde op je huis als de marktwaarde van het huis hoger is dan de eigenwoningschuld: je hypotheek. De marktwaarde is een schatting van de verkoopprijs van je huis als je het onder normale omstandigheden zou verkopen. Een taxateur bepaalt de marktwaarde.

Terug naar boven

Pensioenovereenkomst

Er zijn verschillende pensioenovereenkomsten:

  1. Uitkeringsovereenkomst: hiermee wordt je jaarlijkse premie gespaard en bouw je dus een bedrag op. Hierbij staat van tevoren vast welk pensioenbedrag je per jaar krijgt zolang je leeft.
  2. Kapitaalovereenkomst: hiermee wordt je jaarlijkse premie gespaard en bouw je dus een bedrag op. Het pensioenbedrag dat je per jaar krijgt zolang je leeft, hangt af van het opgebouwde bedrag, de rente en de tarieven van de maatschappij.
  3. Premieovereenkomst: hiermee wordt je jaarlijkse premie belegd en bouw je dus een bedrag op. Het pensioenbedrag dat je per jaar krijgt zolang je leeft, hangt af van het opgebouwde bedrag, de rente en de tarieven van de maatschappij.

Premiesplitsing

Om te voorkomen dat je over de uitkering van een overlijdensriscoverzekering belasting moet betalen, kun je de premie splitsen. Op de polis staat dan dat de ene persoon de premie voor het overlijdensrisicodeel van de andere persoon betaalt en andersom. Zo voorkom je dat je belasting moet betalen over het uitgekeerde bedrag.

Premiesplitsing kan alleen als je getrouwd bent op huwelijkse voorwaarden, een geregistreerd partnerschap met voorwaarden hebt of een samenlevingscontract.

Recente WOZ-waarde

Zie WOZ-waarde

Registratie bij BKR

Zie Bureau Krediet Registratie (BKR)

Rentemiddeling

Je kunt de rente van je hypotheek opnieuw vastzetten vóór je rentevaste periode afloopt. Bij rentemiddeling vergelijkt de bank je vaste hypotheekrente met de actuele rente. Als de actuele rente lager is, kun je het renteverschil laten middelen. In plaats van de vergoeding voor het renteverlies van de bank in 1 keer te betalen, wordt die verrekend over de nieuwe rentevaste periode van je hypotheek. Je betaalt hiervoor ook vaak een opslag. Hoe hoog deze is, hangt af van de hypotheekverstrekker. Je nieuwe rente is na rentemiddeling meestal wel hoger dan de actuele rente, maar lager dan de rente die je nu betaalt.

Rentevaste periode

Dit is de periode die je met je bank hebt afgesproken waarin je hetzelfde rentepercentage betaalt over je hypotheekbedrag. Een rentevaste periode duurt minimaal 1 jaar. In je hypotheekofferte en in Mijn SNS staat wanneer je rentevaste periode afloopt.

Rentevorm

Als je geld op een spaarrekening zet, krijg je (credit)rente. Als je geld leent, betaal je (debet)rente. Je kunt verschillende rentes betalen:

  1. Variabele rente: dat is een rente die varieert per dag of maand. Als de rente stijgt, gaan je maandlasten omhoog. En als de rente daalt, gaan je maandlasten omlaag.
  2. Vaste rente: deze rente staat vast voor een periode die je afspreekt met de hypotheekaanbieder. Bijvoorbeeld voor 1, 5 of 10 jaar.

Restschuld

Je hebt een restschuld als je je huis voor een lager bedrag verkoopt dan het bedrag van je hypotheek dat je nog voor je huis hebt. Je hebt een restschuld als bijvoorbeeld de waarde van je huis is gedaald. Soms kun je een restschuld meefinancieren als je verhuist. Je sluit dan een hogere hypotheek af en betaalt daarmee de restschuld af. Je inkomen moet wel hoog genoeg zijn om de hypotheek te kunnen betalen. Je mag de rente van de restschuld maximaal 15 jaar onder voorwaarden aftrekken en alleen als de restschuld is ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. 

Restschuldfinanciering

Zie Restschuld

Terug naar boven

Spaarhypotheek

Bij een spaarhypotheek betaal je tijdens de looptijd elke maand rente, maar los je nog niet af. Daarnaast betaal je elke maand een premie voor de overlijdensrisicoverzekering die je moet afsluiten en een spaarpremie. Met de spaarpremie spaar je het bedrag bij elkaar dat nodig is om de hypotheek aan het einde van de looptijd in 1 keer af te lossen. Over de inleg van de spaarpremies krijg je rente. Dat is vaak dezelfde rente als de hypotheekrente die je betaalt. Als jij of je partner voor het einde van de looptijd overlijdt, wordt de spaarhypotheek afgelost door je overlijdensrisicoverzekering en je opgebouwde spaardeel.

Splitsingsakte

Met een splitsingsakte krijg je te maken als je een appartement koopt. Want je koopt een stukje van een gebouw. Hoe een appartementengebouw is opgesplitst, staat in de splitsingsakte. In zo’n akte staat bijvoorbeeld hoe het gebouw is opgedeeld in privé en gemeenschappelijke delen, wat jouw aandeel is in het gebouw en wat je aandeel is in de kosten voor het appartementengebouw. Een splitsingsakte kan iedereen opvragen bij het Kadaster. Je moet daarvoor wel betalen.

Terug naar boven

Taxatie

Met een taxatie wordt gekeken naar de waarde van je huis. Dit doet een taxateur. De taxateur kijkt daarbij naar het soort huis, de buurt waarin het staat en of het goed is onderhouden. Hij zet deze gegevens in een taxatierapport. Je hebt vaak een taxatierapport nodig als je een hypotheek wilt afsluiten of je hypotheek wilt oversluiten. De bank wil namelijk weten hoeveel het huis waard is en gebruikt die informatie om te bepalen hoeveel hypotheek je kunt krijgen.

Taxatierapport

Als je een hypotheek voor je huis afsluit, wil de hypotheekaanbieder weten wat je huis waard is. Die informatie gebruikt hij om te bepalen hoeveel je maximaal mag lenen. Je vindt de waarde van je huis in een taxatierapport. Een taxateur kijkt daarvoor naar het type huis, de grootte, de buurt waarin het staat en hoe het huis is onderhouden. De marktwaarde bepaalt onder andere wat je maximaal mag lenen.

Terug naar boven

Variabele rente

Een variabele rente beweegt op-en-neer. Als de rente stijgt, gaan je maandlasten omhoog. En als de rente daalt, gaan je maandlasten omlaag.

Vaste rente

Een vaste rente staat vast voor een periode die je met de bank afspreekt. Bijvoorbeeld voor 1, 5 of 10 jaar. Je weet dan precies waar je aan toe bent.

Verduurzamen

Zie Energiebesparende maatregelen

Vergoeding voor het renteverlies van de bank (eerder boeterente genoemd)

Wil je je hypotheek oversluiten of aflossen voor het einde van de rentevaste periode of wil je de rente opnieuw vastzetten voordat je rentevaste periode afloopt? Dan betaal je soms een vergoeding voor het renteverlies van de bank. De vergoeding die je moet betalen mag niet hoger zijn dan het financieel nadeel dat de bank heeft doordat je eerder aflost. De manier waarop die vergoeding wordt berekend, vind je in de offerte van je hypotheek. Je kunt elk jaar een deel van je hypotheek aflossen zonder dat je een vergoeding betaalt. Je betaalt ook geen vergoeding als je je huis verkoopt of als je rentevaste periode afloopt.

Verhoogde inschrijving in het hypotheekregister

Een verhoogde inschrijving betekent dat je je hypotheek bij het Kadaster voor een hoger bedrag inschrijft dan het bedrag van de opgenomen hypotheek. Het verschil tussen de hypotheek en de inschrijving kun je dan later als hypotheek opnemen. De hypotheekaanbieder toetst nog wel of je aan de normen voldoet en je de extra lasten kunt betalen. Het voordeel van een hogere inschrijving is dat je niet opnieuw naar de notaris hoeft en dus geen extra notariskosten hebt.

Vermogen

Je vermogen bestaat uit je bezittingen min je schulden.

Vermogensrendementsheffing

In box 3 staat je vermogen. Dit vermogen bestaat uit je bezittingen min je schulden. Je bezittingen zijn bijvoorbeeld je spaargeld, je beleggingen of een 2e huis. Over een deel van je vermogen hoef je geen belasting te betalen; dat mag je 'vrij' sparen en wordt het heffingvrij vermogen genoemd. Over de rest betaal je belasting, de zogenaamde vermogensrendementsheffing. Je betaalt 30% belasting over een fictief rendement. Dit fictieve rendement hangt af van hoeveel vermogen je hebt en is verdeeld over 3 schijven met ieder een ander rendement. Je mag een bepaald bedrag per persoon aan schulden niet aftrekken van je bezittingen. De rente over leningen in box 3 kun je ook niet aftrekken. Meer weten? Kijk op belastingdienst.nl.

Verpanding

Als je een hypotheek afsluit, geef je je huis in onderpand voor de lening. Daarnaast kun je extra onderpand geven. Bijvoorbeeld een verzekering of rekening. Daarmee geef je de hypotheekaanbieder het recht om de waarde van een spaar- of beleggingsverzekering, bankrekening of overlijdensverzekering te gebruiken om je schulden mee af te lossen. Net als bij het recht van hypotheek op een huis, mag een hypotheekaanbieder niet zomaar je geld opnemen of je verzekering beëindigen. Vraag je adviseur om de regels en voorwaarden.

Vraagprijs

De prijs die de verkoper van een huis vraagt. Vaak is de vraagprijs niet de prijs die de koper betaalt. Als er veel interesse voor een huis is, kun je als koper een hoger bedrag bieden dan de vraagprijs om het huis te krijgen. Is er weinig interesse? Dan kun je een lager bod doen en krijg je soms iets van de vraagprijs af.

Vrij op naam (v.o.n.)

Koop je een huis vrij op naam? Dan komen er later geen overdrachtsbelasting, kosten van de overdracht bij de notaris en kosten voor inschrijving in het Kadaster bovenop de koopprijs. Een nieuwbouwhuis koop je vaak vrij op naam.

Terug naar boven

Wekeneis/jareneis

Wil je in aanmerking komen voor een basisuitkering van 3 maanden als je arbeidsbeperkt of werkloos bent? Dan moet je voldoen aan de wekeneis. Om in aanmerking te komen voor een verlenging van je basisuitkering, moet je voldoen aan de jareneis.

  1. Je voldoet aan de wekeneis als je in de laatste 36 weken voordat je arbeidsbeperkt of werkloos werd, ten minste 26 weken hebt gewerkt. Het maakt niet uit hoeveel uur je per week werkte in die 26 weken.
  2. Je voldoet aan de jareneis als je de laatste 5 kalenderjaren voordat je arbeidsbeperkt of werkloos werd ten minste 4 kalenderjaren hebt gewerkt en loon ontvangen. Hoe lang je een uitkering krijgt, hangt af van hoe lang je hebt gewerkt. Er zit een maximum aan het bedrag dat je aan uitkering krijgt.

Werkeloosheid Wet uitkering (WW)

Als je geen werk meer hebt, dan heb je vaak recht op een WW-uitkering. Voorwaarde is dat je er niets aan kunt doen dat je werkloos bent. Heb je zelf ontslag genomen of ben je om een terechte reden meteen ontslagen? Dan heb je geen recht op een WW-uitkering. Een andere voorwaarde is dat je van de 36 weken voordat je werkloos werd minstens 26 weken hebt gewerkt (zie wekeneis).

De eerste 2 maanden krijg je 75% van je laatstverdiende loon. Daarna krijg je een uitkering van 70% van je laatstverdiende loon. Hoe lang je die uitkering krijgt, hangt af van hoe lang je hebt gewerkt. Er zit een maximum aan het bedrag dat je aan WW-uitkering krijgt. Het UWV bepaalt of je in aanmerking komt voor een WW-uitkering en hoe hoog die uitkering is. Meer informatie vind je op uwv.nl.

WOZ-waarde

De WOZ staat voor Wet waardering Onroerende Zaken. De WOZ-waarde is de waarde die de gemeente geeft aan een woning. Met de WOZ-waarde worden het eigenwoningforfait en de onroerendzaakbelasting berekend.

Hypotheek berekenen

Hypotheek berekenen

Ontdek hoeveel je maximaal kunt lenen op basis van je inkomen.
Afspraak maken?

Afspraak maken?

Maak een oriëntatieafspraak met een SNS Adviseur.

Terug naar boven