tekst browser
SNS Bank


Woordenlijst beleggen

In de Factsheets van de SNS Beleggingsfondsen en op onze website worden veel beleggingstermen genoemd. Onderstaande woordenlijst geeft toelichting op deze begrippen.



| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

Aandeel

Wanneer iemand een aandeel heeft in een bedrijf, is hij of zij daardoor eigenaar van een gedeelte van dat bedrijf. Als het bedrijf aan het eind van een jaar winst heeft gemaakt, kan besloten worden om deze winst (of een deel daarvan) uit te betalen aan de aandeelhouders. Het bedrag dat wordt uitbetaald, wordt dividend genoemd. Elke aandeelhouder heeft stemrecht in een vergadering van aandeelhouders.

Aandelenfonds

Een beleggingsfonds dat het ingelegde geld uitsluitend in aandelen belegt.

AEX

De Amsterdam Exchanges indeX is een beursgraadmeter die is gebaseerd op de 25 grootste fondsen op de Amsterdamse effectenbeurs. Stijgt de gemiddelde waarde van een aandeel in die bedrijven, dan gaat de AEX omhoog. Hoewel er veel meer dan 25 bedrijven aan de Amsterdamse beurs staan genoteerd, wordt de AEX in het algemeen als maat genomen voor hoe goed het Nederlandse beursklimaat is. De bekende Amerikaanse tegenhanger van de AEX is de Dow Jones-index.

AFM

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) bevordert eerlijke en transparante financiële markten. De AFM is een onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen, pensioenen en verzekeren. De AFM valt onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Financiën en is een zelfstandige overheidsorganisatie.

AMX

Een beursgraadmeter die is gebaseerd op de 25 fondsen die na de AEX-fondsen de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs.

Bandbreedte

Sommige fondsen beleggen verdeeld over meerdere soorten beleggingen. Bijvoorbeeld verdeeld over aandelen en obligaties of verdeeld over Europa en Amerika. De verdeling van een beleggingsfonds wordt vooraf bepaald, bijvoorbeeld 50% beleggen in aandelen en 50% beleggen in obligaties. Dit is de strategische weging. Als een fonds hiervan mag afwijken, is vaak vastgelegd hoeveel er mag worden afgeweken. De afwijking ten opzicht van het vertrekpunt wordt de bandbreedte genoemd.

Beleggingsfonds

Een onderneming die geld van anderen belegt in aandelen of andere zaken. Voordelen voor de deelnemer zijn een relatief lage minimum inleg en het profiteren van risicospreiding en beleggingsexpertise.

Beleggingsinstelling

Beleggingsinstellingen zijn beleggingsfondsen, waarin iedereen mag beleggen. Daarom wordt dit collectief beleggen genoemd. Bij een beleggingsinstelling delen beleggers de opbrengsten van de collectieve belegging. Dit is anders dan individuele aandelen kopen.

Beursnotering

Een beursnotering geeft aan dat het fonds genoteerd is aan een officiële effectenbeurs.

Benchmark

Engelse term voor ijkpunt. Een benchmark is een techniek om de prestatie van verschillende systemen, apparaten of organisaties met elkaar te kunnen vergelijken. De uitkomst van een benchmark is een soort maatgetal dat iets over de prestatie zegt. Het is de vooraf vastgestelde maatstaf waarmee het resultaat van een beleggingsfonds wordt vergeleken. Bijvoorbeeld de AEX: Amsterdam Exchanges indeX, is de benchmark van SNS Nederland Aandelenfonds.

Bewaarloon

De kosten die de tussenpersoon in rekening brengt voor het registreren en bewaren van jouw aandelen of andere effecten.

Bullmarket

Term voor een markt die zich in een stijgende trend bevindt.

Call-optie

Een call-optie geeft je het recht om in de toekomst een bepaald aandeel tegen een vaste prijs te kopen. Je kunt van dit recht gebruikmaken vóór een bepaalde, vooraf afgesproken datum. Met een call-optie speculeer je op een koersstijging. Je hoopt erop dat het aandeel straks meer waard is dan de prijs die je er nu voor afspreekt.

Commissionair

Iemand die gerechtigd is voor anderen te handelen in aandelen en andere effecten op de beurs.

Deposito

Dit is geld dat door een belegger voor een bepaalde rentevaste periode tegen een rentevergoeding is ondergebracht bij een bank. De looptijd van een deposito kan variëren van een dag (zogeheten daggeld) tot meerdere jaren. Er bestaat ook een termijndeposito. Je krijgt met een deposito gemiddeld meer rente dan op een spaarrekening.

Dividend

Als een onderneming aan het eind van een jaar winst heeft gemaakt, wordt deze winst uitbetaald aan de aandeelhouders. Het bedrag dat wordt uitbetaald, wordt dividend genoemd.

Dow Jones

De Dow Jones is de verkorte benaming van de Dow Jones Industrial Average en is de bekendste graadmeter van Amerikaanse bedrijven.

Effecten

Effecten zijn waardepapieren die op de beurs worden verhandeld. Bekende voorbeelden zijn aandelen, opties en obligaties.

Emerging markets

Engelse vertaling voor opkomende markten. Een opkomende markt is een financiële markt van een ontwikkelingsland, bijvoorbeeld: India, China en het continent Afrika. Een belegging in een opkomende markt wordt vaak gezien als risicovol vanwege onder andere (potentiële) politieke problemen en economische instabiliteit maar kan ook kansrijk zijn.

Emissie

De uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties door een onderneming. Voorafgaand aan een emissie geeft het bedrijf een brochure (prospectus) uit met informatie over haar financiële situatie en verwachtingen, inclusief het doel en de voorwaarden van de emissie.

Expiratiedatum

Vaste datum waarop een contract afloopt.

Fondsvermogen

Het fondsvermogen geeft weer hoe groot een beleggingsfonds is. Het vermogen wordt weergegeven in miljoenen euro en wordt vaak maandelijks gerapporteerd.

Future

Een future is vrijwel hetzelfde als een optie, alleen is de looptijd van een future meestal langer.

Geïndexeerd rendementsverloop

Dit is de opbrengst van een belegging die bestaat uit de som van de koerswinst en de uitgekeerde dividenden, gerekend vanaf de start van een fonds (=100).

Geldmarktfondsen

Beleggingsfondsen die beleggen in effecten of termijnrekeningen op korte termijn (maximaal 1 jaar).

Gemiddeld rendement per jaar

Geeft het totale rendement van een fonds over een bepaalde periode weer, uitgedrukt in een gemiddeld percentage per jaar.

Index

Verhoudingscijfer om een bepaalde ontwikkeling of een stemming weer te geven; het is een koersgemiddelde van een aantal fondsen.

Intrinsieke waarde ultimo maand

De intrinsieke waarde (ultimo maand) van een beleggingsfonds is de waarde van de beleggingsportefeuille gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.

ISIN-code

De ISIN (International Security IdentificatioN) is een internationale administratiecode voor een effect dat een notering heeft op een beurs. De ISIN-code bestaat uit een landencode en een uniek nummer.

Koers

De koers is de beurswaarde van één aandeel in een fonds. Deze kan afwijken van de intrinsieke waarde.

Koerswinst

Een koerswinst is de winst gemaakt op een belegging zoals bijvoorbeeld een beleggingsfonds. Het verlies op de verkoop wordt een koersverlies genoemd.

Land van vestiging

Het land waar de beleggingsinstelling is gevestigd.

Liquiditeiten

Kasgelden, betalingsmiddelen zijn liquide middelen.

Looptijdspreiding

Geeft aan wanneer welk gedeelte van de obligatieportefeuille vrijvalt.

Midkap

Een beursgraadmeter die is gebaseerd op de 25 fondsen die na de AEX-fondsen de grootste beurswaarde vertegenwoordigen op de Amsterdamse effectenbeurs. Deze index staat ook wel bekend als de AMX.

Mixfonds

Een beleggingsfonds dat belegt in aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten.

Morningstar rating

De Morningstar Rating laat zien hoe een fonds ten opzichte van vergelijkbare fondsen heeft gepresteerd op het gebied van rendement na kosten en risico. De 10% beste fondsen binnen de categorie krijgt vijf sterren, de volgende 22,5% krijgt vier sterren, de middelste 35% krijgt drie sterren, de volgende 22,5% krijgt twee sterren en de fondsen die behoren tot de slechtste 10% binnen de categorie krijgen slechts één ster. De Star Rating wordt berekend over het gemiddelde van een looptijd van drie, vijf en tien jaar.

NASDAQ

De Amerikaanse schermenbeurs waarop vooral aandelen van IT-gerelateerde bedrijven worden verhandeld.

Nominale waarde

De uitgiftewaarde die op het aandeel staat vermeld. Bij een obligatie is het de grootte van de schuldvordering.

Obligatie

Is een effect in de vorm van een schuldbewijs. Door uitgifte van een obligatie kan de uitgevende instelling vreemd vermogen aantrekken voor bijvoorbeeld investeringen. Een obligatie geeft recht op (meestal) een vaste rente en op terugbetaling van de hoofdsom aan het einde van de looptijd. Obligaties kennen geen stemrecht en geven ook geen eigendomsrecht in de uitgevende instelling. Uitgevers van obligaties zijn ondernemingen, publieke instellingen en landelijke- en lokale overheden. Er bestaan verschillende soorten obligaties met elk een eigen kenmerk: nulcoupon-, winstdelende-, achtergestelde-, converteerbare-, premieobligaties et cetera. De verhandeling van obligaties gebeurt op de effectenbeurs van NYSE Euronext.

Officiële effectenbeurs

Een centrale, gereguleerde marktplaats voor de verhandeling van aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en dergelijke. In Nederland, België, Portugal en Frankrijk is de marktplaats voor deze producten NYSE Euronext.

Omloopsnelheid

Het percentage van de omloopsnelheid geeft een indicatie van de mate waarin actief beheer van het fonds plaatsvindt.

Oprichtingsdatum

De datum waarop een fonds van start is gegaan.

Optie

Het recht om vóór een bepaalde datum een bepaalde hoeveelheid aandelen tegen een vaste prijs te kopen (call-optie) of verkopen (put-optie).

Participatie

Deelneming in een beleggingsfonds.

Put-optie

Een put-optie geeft je het recht om in de toekomst een bepaald aandeel tegen een vaste prijs te verkopen. Je kunt van dit recht gebruikmaken vóór een bepaalde, vooraf afgesproken datum. Met een put-optie speculeer je op een koersdaling. Je hoopt erop dat het aandeel straks minder waard is dan de prijs die je er nu voor afspreekt.

Ratings

Beoordeling van de kredietwaardigheid van een bedrijf of bedrijfsonderdeel door een erkende ratingorganisatie zoals bijvoorbeeld Morningstar.

Rendement

De verandering van de waarde van de belegging uitgedrukt in procenten over een bepaalde periode na aftrek van alle kosten die binnen het fonds worden gemaakt.

Risico

Gevaar voor afwijking. Met risico wordt bedoeld de kans dat het rendement dat in werkelijkheid zal worden behaald, afwijkt van het gemiddelde rendement.

Risicometer

In de risicometer staat aangegeven hoe groot het risico is met een schuld te blijven zitten of dat de waarde van de belegging na 1 jaar lager is dan de oorspronkelijke hoofdsom. Er zijn vijf risicocategorieën:

  1. Zeer klein risico
  2. Klein risico
  3. Vrij groot risico
  4. Groot risico
  5. Zeer groot risico

Risicospreiding

Het aanhouden van aandelen in verschillende bedrijven en/of verschillende bedrijfstakken of beleggingsvormen om het risico van koersfluctuaties te beperken. Het doel is om het totale risico van een beleggingsportefeuille of fonds te beperken.

Schatkistpapier

Kortlopende en rentedragende schuldbekentenissen van de overheid.

Sectoren

Geeft aan hoe en in welke mate een fonds de beleggingen spreidt over verschillende sectoren. Voorbeelden van sectoren zijn: technologie, energie en financiële dienstverlening.

Staatsobligatie

Een obligatie aangegaan door een overheid. In Nederland worden deze obligaties op de markt gebracht door het Agentschap van het ministerie van Financiën, gevestigd in Amsterdam. Dit agentschap trekt langlopende en kortlopende leningen aan om het financieringstekort van het Rijk te dekken.

Strategische weging

Mixfondsen beleggen verdeeld over meerdere soorten beleggingen. Bijvoorbeeld verdeeld over aandelen en obligaties, vastgoed en liquiditeiten of over Europa en Amerika. De verdeling van een beleggingsfonds wordt vooraf bepaald, bijvoorbeeld 50% beleggen in aandelen en 50% beleggen in obligaties. Dit is de strategische weging.

Totaal kostenpercentage

Het totale kostenpercentage dient als dekking van alle kosten van de fondsen en de pools, inclusief de beloning van de vermogensbeheerder van de pools, de kosten van bewaring van de activa, de accountant, het toezicht, de advieskosten, de marketingkosten en de kosten van diensten van derden. De kosten die verband houden met de koop en verkoop van aandelen in het fonds zelf uitgezonderd.

Valuta van notering

De munteenheid waarin het fonds noteert.

Valutabeleid

Een fonds met een actief valutabeleid maakt gebruik van schommelingen in vreemde valuta om extra rendement te behalen of dekt (een deel van) het valutarisico af. Een passief valutabeleid houdt in dat valutarisico's, in andere dan de eigen valuta, niet worden afgedekt.

Valutarisico

Het risico dat een munteenheid minder waard wordt ten opzichte van de munteenheid van een ander land. Sommige beleggingsfondsen beperken het valutarisico door een valutabeleid te voeren.

Vastrentende waarden

Verzamelnaam voor beleggingen met meestal een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken.

Verdeling beleggingscategorieën

Geeft de actuele verdeling van een mixfonds over de verschillende categorieën: aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten weer. De afwijkingen van de spreiding ten opzichte van de strategische weging kunnen ontstaan door rendementsontwikkelingen of op basis van de visie van de vermogensbeheerder.

Warrant

Het recht om tegen een vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode nieuwe aandelen te kopen in een bedrijf. Een belangrijk verschil met opties is dat warrants rechtstreeks door (of namens) het betreffende bedrijf worden uitgegeven.

Deze informatie is met zorg samengesteld en er is naar gestreefd de informatie juist en zo volledig mogelijk te publiceren. Onvolkomenheden als gevolg van menselijke vergissingen kunnen echter voorkomen, waardoor gegevens kunnen afwijken. Aan de verstrekte informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De verstrekte informatie is aan wijziging onderhevig. November 2008.


 

Contact

Een vraag stellen over beleggen

Zelf regelen

Andere vraag?